Constantinopel en (het gebrek aan) water als drager van identiteit

16 april 17:00-18:00 | Rijksmuseum van Oudheden te Leiden
Dr. Mariëtte Verhoeven (Radboud Universiteit Nijmegen) in het kader van de Week van de Klassieken
Aanmelden kan hier.

Keizer Constantijn de Grote liet zich in 324 vooral leiden door politieke, strategische en commerciële motieven toen hij besloot de nieuwe hoofdstad van het Romeinse Rijk, Constantinopel, te stichten op de plaats van het oude Byzantium. De locatie, op een schiereiland omringd door de wateren van de Gouden Hoorn, de Bosporus en de Propontis was goed te verdedigen en lag op een kruispunt van belangrijke handelsroutes. Vanuit het oogpunt van watervoorziening was de keuze minder gelukkig, omdat de stad nauwelijks de beschikking over zoet water had. Zoet water moest van ver buiten de stad worden aangevoerd en dit resulteerde in de aanleg van het langste watertoevoersysteem van de Romeinse wereld. 

In haar lezing illustreert Mariëtte Verhoeven aan de hand van teksten vanlaatantieke auteurs en fysieke overblijfselen van het Romeinse watertoevoersyteem hoe ‘water’ op verschillende manieren kenmerkend en bepalend was voor de identiteit van Constantinopel .