Aantrekkelijke kortingen tijdens de Week van de Klassieken

Tijdens de Week van de Klassieken (19-27 maart) heeft boekhandel Athenaeum enkele interessante acties die ook voor u Zenobianen interessant kunnen zijn: 20 procent korting op alle delen uit de LOEB Classical Library (van €24,95 voor €19,95) en flinke korting op 5 titels uit de serie Ancient Warfare and Civilization van Oxford University Press, waaronder het net nieuw verschenen boek Mastering the West – Rome and Carthage at War van Carthagokenner Dexter Hoyos. Die kennis wil Zenobia u niet onthouden.

 

Impressie van het Negende Zenobiacongres op 9 maart

Wat was het een geslaagde dag, op maandag 9 maart in het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden. Carthago, ooit verwoest, nooit verdwenen schaarde zich stevig in het rijtje succesvolle Zenobiacongressen. Met zeven betoverende sprekers, een intermezzo van lunch en een leerzame gang door het museum en een borrel na afloop prijst de organisatie zichzelf gelukkig. Hieronder volgt een aantal impressies. Zij die beschikken over een Facebookaccount hebben kunnen terecht op Zenobia’s Facebookpagina voor een overzicht van alle foto’s.

Martje

 

HalbertsmaTubbMuseumMeijerHunsuckerTacomaVragen stellenMoormannBovenkamp

Programma en sprekers van het Carthagocongres

Hieronder vindt u het programma van het negende Zenobiacongres, Carthago, ooit verwoest, nooit verdwenen. Ook vertelt Zenobia u graag meer over wie er op 9 maart op het congres Carthago, ooit verwoest, nooit verdwenen zullen spreken. Hieronder wordt het zevental aan u voorgesteld. U kunt hier terecht voor meer algemene informatie over het congres. NB u kunt zich niet meer via de website aanmelden; er zijn maandag – tegen contante betaling – nog enkele kaarten los verkrijgbaar aan de deur.

Programma

10.00 – 10.30     Zaal open

10.30 – 10.35     Opening van het congres door Wim Weijland

10.35 – 11.10     Ruurd Halbertsma: De queeste naar Carthago – de
                           ontdekkingsreizen van Jean-Emile Humbert (1771-1839)

11.10 – 11.35     Koffiepauze; Bazar geopend

11.35 – 12.10     Jonathan Tubb: Searching for Tanit: A Phoenician
                           or Punic Goddess?
12.10 – 12.45     Fik Meijer: Carthago en de zee

12.45 – 15.00     Lunchpauze (incl. bezoek museum); Bazar geopend

15.00 – 15.35     Raphael Hunsucker: Karthago altera Roma? Dido als
                           stichtingsheldin van een ‘Tweede Rome’
15.35 – 16.10     Siward Tacoma: Sophonisba, altera Dido? Liefdesvuur
                           en zelfmoord in Petrarca’s Africa

16.10 – 16.30     Theepauze; Bazar geopend

16.30 – 17.05     Eric Moormann: Flaubert en het antieke Carthago van
                           Salammbô
17.05 – 17.40     Ellen van de Bovenkamp: De Kahina: een strijdster die
                           tot de verbeelding spreekt

17.40 – 17.55     Discussie en vragen

18.00 – 19.00     Borrel (Bazar geopend tot 18:45)


Sprekers

Ruurd Halbertsma

De queeste naar Carthago – de ontdekkingsreizen van Jean-Emile Humbert (1771-1839)

De vernietiging van Carthago in 146 v.Chr. door de Romeinen was zo ingrijpend dat er van de welvarende havenstad niets meer overbleef. De herbouw als Romeinse colonia deed de laatste Punische resten onder het beton verdwijnen. De locatie van het Punische Carthago bleef eeuwenlang een raadsel. Het is aan opgravingen van een Nederlandse officier te danken dat het oude Carthago werd herontdekt. Deze Jean-Emile Humbert (1771-1839) wist als eerste onderzoeker Punische resten op het Carthaagse schiereiland te vinden. Hij verkocht zijn collectie aan het Rijksmuseum van Oudheden, en organiseerde een succesvolle archeologische expeditie naar Tunesië tussen 1822 en 1824.

Ruurd Halbertsma (1958) studeerde Klassieke Talen, Oude Geschiedenis en Klassieke Archeologie aan de Universiteit Leiden. Al tijdens zijn studie raakte hij geïnteresseerd in de geschiedenis van archeologische collectievorming in Europa en de specifieke rol van Nederland hierin. Deze belangstelling resulteerde in zijn proefschrift over de herkomst van de negentiende-eeuwse collecties Punische, Etruskische en Egyptische kunst in Nederland. Naast zijn aanstelling als conservator bij het RMO is Halbertsma als hoogleraar verbonden aan de Faculteit Archeologie van de Universiteit Leiden. In 2010 is hij benoemd tot Fellow van de Society of Antiquaries of London.


Jonathan Tubb

Searching for Tanit: A Phoenician or Punic Goddess?

The last 30 years have seen intensive research on many aspects of Phoenician and Punic culture, yet the religious beliefs of the Phoenicians and their cult practices are still poorly understood and, on the basis of classical writers, have often been misrepresented. This lecture examines the goddess Tanit, known extensively from funerary stelae and other artefacts from Carthage, but only sparsely from the homeland where her symbol, a triangle surmounted by a horizontal bar and a disc, appears on only a handful of objects, none of which can be dated earlier than the 4th century BC. Was she a Phoenician goddess at all or a creation of Carthage? Should the few instances of her appearance in the homeland be attributed to returning colonists? By separating the name from the symbol it is hoped that these questions can be answered and that an assessment can be made of her crucial role in religion and society.

Jonathan Tubb is Keeper (Head) of the Middle East Department at the British Museum and President of The Palestine Exploration Fund.  A specialist in the archaeology and history of the Levant, he studied at the Institute of Archaeology in London (now a part of University College), and began his field career in Syria and Iraq in the 1970’s.  In 1984 he excavated the Early Bronze Age site of Tiwal esh-Sharqi in the Jordan Valley on behalf of the British Museum, and between 1985 and 1996 conducted nine seasons of excavations at the nearby major site of Tell es-Sa‘idiyeh.  In 2013 he began a new excavation project at Ras al-Hadd in Oman. An expert on Canaanite civilization, Jonathan is the author of many articles and several books on Levantine archaeology, including,  Archaeology and the Bible (British Museum Press 1990) and Canaanites (British Museum Press 2006).


Fik Meijer

Carthago en de zee

Evenals hun verre voorvaderen, de Phoeniciërs, waren de Carthagers geduchte zeevaarders. Zij brachten het westelijk deel van de Middellandse zee onder hun controle en oefenden er een echte thalassocratie uit. In de door hen beheerste gebieden hadden de Carthagers een netwerk van handelswegen ontwikkeld. Ze gingen ook op onderzoek uit buiten de Zuilen van Heracles en voeren de Atlantische Oceaan op. Het zou niet vreemd zijn geweest als een volk dat zo gericht was op de zee de hele Middellandse Zee tot mare nostrum, onze zee, had gemaakt. Maar het liep anders. De geduchte zeevaarders moesten het in de eerste zeeslag van de Eerste Punische Oorlog (264-241 v.Chr.) afleggen tegen de Romeinen, die nog geen enkele aansprekende overwinning op zee hadden behaald.  Het was een keerpunt in de geschiedenis van Carthago.

Fik Meijer is emeritus hoogleraar Oude geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.


Raphael Hunsucker

Karthago altera Roma? Dido als stichtingsheldin van een ‘Tweede Rome’

Carthago staat vooral bekend als de aartsvijand van Rome. Deze vijandschap krijgt in de Aeneis van Vergilius (het grote Romeinse epos uit de vroege regeerperiode van Augustus) de nodige  mythologische diepgang door haar terug te voeren op een vloek van koningin Dido, de stichteres van het Punische Carthago. Uit dit verhaal heeft vooral de tragische afloop van de liefde tussen Dido en Aeneas grote bekendheid gekregen. Deze lezing behandelt een minder bekend maar zeker niet minder belangrijk onderdeel van diezelfde episode: de stichting van Carthago. In Vergilius’ versie van het verhaal raakt Aeneas steeds nauwer betrokken bij de opbouw van de stad door Dido, waardoor zijn goddelijke missie om in Italië zelf een nieuwe stad te stichten naar de achtergrond verdwijnt. Langzaam neemt Carthago de rol van het toekomstige Rome over en wordt ze niet als aartsvijand, maar als evenbeeld van de stad aan de Tiber voorgesteld. Door Aeneas als mede-stichter van Carthago op te voeren verleende Vergilius bovendien een mythisch fundament aan de herstichting van Carthago door Augustus in zijn eigen tijd. Ook in dit opzicht werd het Romeinse handelen gelegitimeerd door een mythisch voorbeeld. Dat Carthago tevens als het evenbeeld van Rome kon fungeren spreekt boekdelen over het blijvende belang van de stad, ook na haar legendarische verwoesting.

Raphael Hunsucker is classicus en promovendus in de Oude Geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij is met name geïnteresseerd in de manier waarop het Romeinse verleden, tijdens de oudheid zelf en in latere eeuwen, steeds opnieuw is herschreven en hergebruikt inRaphael CaCo overeenstemming met eigentijdse ideologische doeleinden. Zijn promotieonderzoek gaat over de creatieve omgang met de stichting van Rome in de tijd van Augustus en de late oudheid. Naast zijn proefschrift is hij, na twee termijnen in het bestuur van de Stichting Zenobia, ambassadeur van het Koninklijk Nederlands Instituut in Rome en hoofdredacteur van het tijdschrift Roma Aeterna (www.romaaeterna.nl).


Siward TacomaSONY DSC

Sophonisba, altera Dido? Liefdesvuur en zelfmoord in Petrarca’s Africa

Francesco Petrarca (1304-1374) schreef en schaafde jarenlang aan een Latijns epos over de beslissing van de Tweede Punische Oorlog, onder veldheer Scipio. Op veel manieren wist Petrarca zich daarbij verbonden met Vergilius’ oer-Romeinse epos Aeneis; de Africa is een tekst waarin traditie en vernieuwing, imitatie en emulatie, steeds een rol spelen. In deze bijdrage wordt de rol die de Carthaagse prinses Sophonisba, de dochter van Hasdrubal, in dit epos speelt onder de loep genomen. Livius schreef over de opmerkelijke lotgevallen van deze mooie jonge vrouw, die aanvankelijk met een Carthaagse, en later met een Romeinse bondgenoot trouwde en die zelfmoord verkoos boven vernedering. Petrarca beschouwde haar verhaal als het pathetice materie fundamentum (‘dramatisch basismateriaal’) van zijn epos. In hoeverre deze ‘nieuwe Dido’ haar mythologische voorbeeld volgde valt echter te bezien. Thema’s als passie, zelfbeheersing, plichtsgetrouwheid, eer en opofferingsgezindheid worden onder de handen van de christelijke humanist Petrarca (die, dat mogen we niet vergeten, in zijn Laura een vrouwelijk dichtersideaal bezong) gevormd tot een fascinerend amalgaam.

Siward Tacoma is classicus. Zijn interesse geldt met name de receptie van het klassieke erfgoed in latere literatuur. Hij publiceerde onder meer artikelen over Harry Mulisch’ verwerking van antiek mythologisch materiaal. Naast zijn werk als docent Klassieke Talen (op het Stedelijk Gymnasium Leiden) is hij sinds januari 2014 voorzitter van het Organiserend Comité van de Stichting Zenobia.


Eric Moormann

Flaubert en het antieke Carthago van Salammbô

De roman Salammbô van Gustave Flaubert baarde direct na de publicatie in 1862 opzien met zijn exotische visie op het Romeinse en Punische verleden. Anders dan in Madame Bovary dat in 1857 was verschenen is er geen ‘gewone’, moderne vrouw het middelpunt, geplaagd door ennui en liefdesverdriet, maar draait de plot rond een mysterieuze Carthaagse priesteres van de liefdesgodin Tanit in de tijd kort na het einde van de Eerste Punische Oorlog, in 241. Flaubert ontleende de personages en hoofdlijnen van het verhaal aan een grote reeks antieke bronnen evenals modern onderzoek. Zijn eigen impressies van en reis door Noord-Afrika droegen bij aan de evocatie van de couleur locale. In de voordracht zullen de verschillende componenten worden geschetst en zal worden geprobeerd de roman in zijn tijd en in het oeuvre van de grote Franse schrijver te plaatsen.

Eric M. Moormann is hoogleraar Klassieke Archeologie aan de Radboud Universiteit. Hij houdt zich op het gebied van onderzoek onder meer bezig met antieke wandschilderkunst en beeldhouwkunst. Hij voert thans een onderzoeksproject uit aan de Via Appia aan de zuidrand van Rome. Naast de Griekse en Romeinse archeologie houdt hij zich bezig met de receptie van de oudheid in de west-Europese cultuur. Dit voorjaar verschijnt van hem bij De Gruyter in Berlijn en Boston Pompeii’s Ashes, een boek over de talrijke manieren waarop de opgravingen van Pompeii hun weerklank hebben gekregen in literatuur, opera, toneel en film.


Ellen van de Bovenkamp

De Kahina: een strijdster die tot de verbeelding spreekt

Ze wordt wel de Jeanne d’Arc van Noord-Afrika genoemd. Rond 700 voerde de Kahina het leger aan dat weerstand bood tegen de Arabische invasie van het huidige Tunesië en Algerije. Jarenlang lukt het haar om de aanvallen af te slaan, maar uiteindelijk sterft ze in het harnas. Daarna duurt het niet lang meer voor heel Noord-Afrika door de Arabieren wordt ingenomen.

In de loop der eeuwen heeft de reputatie van de Kahina mythische proporties aangenomen. In de koloniale tijd zijn er opvallend veel romans en theaterstukken over haar geschreven. Haar historische rol werd geïnstrumentaliseerd om de Franse aanwezigheid in Algerije te legitimeren. Maar ook feministes zijn fan van haar. Wat is er waar van de mythes rond de Kahina en waarom spreekt juist zij zo tot de verbeelding?

Ellen van de Bovenkamp studeerde Franse taal en cultuur aan de Universiteit van Amsterdam. Ze woonde jarenlang in Marokko, waar ze onder meer als correspondent voor de NOS, Trouw en de Groene Amsterdammer werkte. Op dit moment woont ze in Lyon en is ze bezig met de afronding van haar PhD over de populariteit van de islamitische filosoof Tariq Ramadan in Marokko.


U kunt hier terecht voor meer algemene informatie over het congres, en hier om u aan te melden.

 

Het Negende: informatie en aanmelding

Carthago, ooit verwoest, nooit verdwenen

Karthago, Italiam contra, schreef Vergilius in zijn Aeneïs: Carthago, tegenover Italië. De aartsvijandin van het groeiende Rome is in de westerse traditie eeuwenlang verbeeld als vreemd en gevaarlijk. Rome liep nooit meer risico dan toen Hannibal voor haar poorten stond. Tegelijk is de wereld van de Puniërs, met hun oostelijk-mediterrane, Semitische achtergrond ook fascinerend en verleidelijk; in de Aeneïs vertolkt Dido de rol van (bijna) fatale vrouw.

Op maandag 9 maart 2015 vindt het Negende Zenobiacongres Carthago, ooit verwoest, nooit verdwenen plaats in het Rijksmuseum van Oudheden (Rapenburg 28, Leiden), dat die dag speciaal voor ons zijn deuren opent. In de sfeervolle Tempelzaal zal een serie lezingen plaatsvinden waarin de rijke geschiedenis van deze machtige handelsstad wordt behandeld. Haar religie, haar politiek optreden, de betekenis die zij kreeg in antieke en latere literatuur zullen de revue passeren, als ook de belangrijke en spannende rol die een Nederlander speelde bij de herontdekking van haar ruïnes. Hieronder vindt u een poster die het congres aankondigt, met daarop vermeld de sprekers.

Poster CaCo 3 klein

De bezoekers van het Zenobia-Carthagocongres kunnen vanzelfsprekend op 9 maart de tentoonstelling Carthago bezichtigen, waar indrukwekkende stukken uit internationale musea (o.m. uit Tunesië) te zien zijn.

Het Negende Zenobiacongres is voor docenten uit het middelbaar onderwijs te bezoeken als nascholingsactiviteit. Na afloop van het congres ontvangen zij een getuigschrift ten bewijze.

NB u kunt zich niet meer via de website aanmelden; er zijn maandag – tegen contante betaling – nog enkele kaarten los verkrijgbaar aan de deur.

640px-Temple_of_Taffeh_in_Leiden_by_Paul_Garland

Dodenlijst

De Zenobiareeks heeft een derde deel voortgebracht: Dodenlijst. Appianus en Cassius Dio over het bloedige verleden van keizer Augustus, een vertaling door Willem van Maanen en Marco Poelwijk van wat de geschiedschrijvers Appianus en Cassius Dio schreven over de Romeinse proscripties van 43 v. Chr. Het boek werd met trots gepresenteerd op het Achtste Zenobiacongres, Augustus en het Oosten; het kan nu hier besteld worden. Hieronder volgt meer informatie over Dodenlijst, evenals een voorproefje van de vertaling.

9789087044923.pcovr.Dodenlijst versie 2.indd

In 43 v. Chr. vonden in Rome de beruchte proscripties, officiële en openbare veroordelingen van vijanden van de staat, plaats, op instigatie van het Tweede Triumviraat, bestaande uit Marcus Antonius, Marcus Aemilius Lepidus en Octavianus, die later Augustus genoemd zou worden. Dodenlijst. Appianus en Cassius Dio over het bloedige verleden van keizer Augustus is een vertaling door van Willem van Maanen en Marco Poelwijk, beide docent Klassieke Talen aan het Barlaeus Gymnasium te Amsterdam, van fragmenten uit Appianus en Cassius Dio, twee Griekse geschiedschrijvers die respectievelijk twee en drie eeuwen na de proscipties over de verschrikkingen ervan schreven. De vertaling, ingeleid en van commentaar voorzien, biedt een breed en gedetailleerd beeld van één van de duisterste gebeurtenissen uit de geschiedenis van het Romeinse Rijk, en de rol die Romes eerste keizer daarin speelde.

We geven u graag een voorproefje van het werk. In onderstaande passage (Appianus, De Burgeroorlogen, 4.17) worden een tweetal gruwelijke moorden beschreven die de triumvirs (Antonius, Lepidus en Octavianus) aan het begin van hun proscripties verordenenden. Lees en huiver.

“Het toeval wilde dat de eerste slachtoffers hoge functionarissen in ambt waren, en de eerste dode was Salvius, een volkstribuun. Dit ambt was volgens de wet on­schendbaar en vertegenwoordigde een enorme macht; er waren zelfs consuls door volkstribunen naar de gevangenis afgevoerd. Deze volkstribuun was het, die in eer­ste instantie had weten te verhinderen dat Antonius tot staatsvijand werd verklaard, maar daarna had hij steeds gecollaboreerd met Cicero. Toen hij gehoord had dat de triumvirs tot een overeenkomst waren gekomen en ijlings op weg waren naar Rome, organiseerde hij een diner voor zijn vrienden, in de overtuiging dat hij niet veel gelegenheden meer zou hebben om met hen samen te zijn. Tijdens het drink­gelag dat daarop volgde, stormden gewapende soldaten naar binnen. Een deel van de gasten stond in paniek en angst op van tafel, maar de centurion van de soldaten sommeerde hen weer te gaan liggen en zich koest te houden. Hij trok Salvius van zijn aanligbed aan zijn haren zo ver als nodig was over de tafel, en hakte hem ver­volgens het hoofd af. Toen sommeerde hij de mensen in de kamer opnieuw rus­tig op hun plaats te blijven. Als ze in paniek zouden raken, zouden ze hetzelfde lot ondergaan. Toen de centurion was vertrokken, bleven ze verbijsterd en sprakeloos tot diep in de nacht aanliggen naast het onthoofde lichaam van de volkstribuun.

Het tweede slachtoffer was de praetor Minucius, die juist verkiezingen voorzat op het Forum. Zodra hij hoorde dat er soldaten naar hem op zoek waren, sprong hij van het spreekgestoelte af, en terwijl hij nog rondliep op zoek naar een plek om zich te verstoppen, bedacht hij dat hij zich zou verkleden, en daarom stuurde hij zijn dienaren weg met de fasces en rende een winkeltje binnen. Zijn dienaren echter bleven daar in de buurt rondhangen, uit eerbied en medelijden, en hebben het de moordenaars zo ongewild gemakkelijker gemaakt om de praetor te vinden.”

Bestellen kan, nogmaals, hier.

Impressie van het Achtste Zenobiacongres op 1 november

Met ruim 250 bezoekers die aandachtig naar zes begenadigde sprekers luisterden in de ontzagwekkende ruimte van de Aula der Universiteit van Amsterdam beschouwt Zenobia haar Achtste congres, Augustus en het Oosten, een groot, oost en west omspannend succes. Het was een groot genoegen. Hieronder volgt een aantal impressies.

Raaflaub publiek Hekster Boekpresentatie Koffie Rijser Prijs Van achter

Het Achtste: informatie, programma, aanmelding

In 2014 is het 2000 jaar geleden dat Augustus (63 v.Chr. – 14 n.Chr.) overleed, de man die de geschiedenis is ingegaan als de eerste keizer van het Romeinse Rijk. Hij liet niet alleen een stad van marmer achter, maar vooral ook een politieke erfenis die de wereldgeschiedenis verregaand heeft beïnvloed. Bij zijn dood regeerde Rome over de mediterrane wereld, een geglobaliseerd rijk dat zich uitstrekte van de Rijn tot de Rode Zee en de zoomlijn der woestijn. Het Oostelijke Middellandse Zee-bekken (Griekenland, Klein-Azië, Syrië en Egypte) speelde in alle opzichten een cruciale rol in zijn bewind, zowel economisch en machtspolitiek als cultureel en ideologisch.

Het Achtste Zenobiacongres, getiteld Augustus en het Oosten, is geheel gewijd aan de veelzijdige en soms onderbelichte rol die het mediterrane Oosten speelde in de politiek van Augustus en de cultuur van zijn tijd. Het motto van het congres is ontleend aan Augustus’ hofdichter Vergilius, die de Romeinse machthebber typeerde als spoliis Orientis onustum (“beladen met buit van het Oosten”, Aeneis I.289) –– een indicatie dat ook in de perceptie van de Romeinen het Oosten en zijn (culturele) rijkdommen een essentieel onderdeel uitmaakte van het succesvolle bewind van Rome’s ‘eerste keizer’.

Aanmelden voor het congres is alleen nog maar mogelijk op 1 november, ter plaatse.

website eol zonder vroegboekkorting

Programma

12.30 Zaal open voor registratie – Bazar open – koffie en thee in Tetterodebibliotheek

13.15 OPENING: Welkom en introductie Raaflaub

BLOK 1
13.30 Kurt Raaflaub (Brown University, Providence, USA) – I forced the Parthians to return the standards. Roman dealings with the Parthian question;
14.25 Olivier Hekster (Radboud Universiteit, Nijmegen) – Het imago van Augustus in het oosten. Tekst en beeld;
14.50 Miguel John Versluys (Universiteit Leiden) – Augustus: Hellenistisch vorst, Egyptische farao.

15.15 Discussie blok 1

Koffie- en theebuffet in Tetterodebibliotheek en Senaatskamer

BLOK 2
16.05 David Rijser (Universiteit van Amsterdam) – Pergamum, Alexandrië en het Rome van Augustus;
16.30 Diederik Burgersdijk (Radboud Universiteit, Nijmegen) – over de augusteïsche politiek van Constantijn en de christelijke interpretatie van Vergilius’ 4e Ecloge in de Late Oudheid;
16.55 Nathalie de Haan (Radboud Universiteit, Nijmegen) – Sub specie aeternitatis. Het Romeinse verleden in modern Italië.

17.20 Discussie blok 2 en einddiscussie

17.30 Uitreiking Zenobia Essayprijs door juryvoorzitter Lucinda Dirven

19.00 Mogelijkheid tot bezoeken van het Augustustentoonstelling in het Allard Pierson Museum tijdens de Amsterdamse Museumn8 (tot 2u, op eigen gelegenheid)

Aanmelden

 

Sicilië congres

Poster Siciliëcongres KLEIN met vroegboekkorting

Voldaan kijken we terug op het congres over Sicilië van 26 oktober. Met meer dan 250 betrokkenen hebben we mogen genieten van een bijzonder succesvolle dag. Lezingen die het tijdvak tussen de oude Grieken en de Cosa Nostra besloegen hebben ons jaarlijks congres van waardevolle inhoud voorzien, waarvoor nogmaals grote dank aan de sprekers. Na een herhaaldelijk dankwoord aan het organiserend comité, de sprekers, de mede-organisatoren en onze sponsor Labrys is het op deze plaats niet allermnst gepast ons laatste dankwoord te richten aan al de bezoekers en donateurs. Hoeveel inzet er ook van de andere partijen gevraagd wordt, het verloop van het jaarlijks congres is kansloos zonder uw aanwezigheid en steun. Uw betrokkenheid bij Stichting Zenobia zorgt er dan ook voor dat haar werkzaamheden voortgezet kunnen worden en we vol goede moed voorbereidingen kunnen treffen voor een nieuw congres in het najaar van 2014.